De
grond waarop de kerk en de pastorie gebouwd zijn, destijds gekend als “den
grooten haeselaer”, werd in 1833 aan de kerkfabriek geschonken door
juffrouw Marie Stevens. De waarde van het perceel werd toen geschat op 1000 à
1200 frank.
Het
plan voor de bouw van de kerk werd gemaakt
door Angelus (Auguste) De Lancker, bouwkundige te Aarsele, in opdracht
van de toenmalige pastoor E.H. Joannes Bettens. De eerste steen werd gelegd op 7
augustus 1834.
De
kerk is samengesteld uit drie beuken onder één dak. Vroeger was er een houten
torentje, zeshoekig en met een korte scherpe spits. Aan weerszijden werd het
koor geflankeerd door een sacristie. Boven de sacristie aan de noordzijde was
een gereserveerde plaats
voor de familie de Kerchove
de Denterghem.
Op
5 november 1835 werd de klok, “Sint-Amandus”, genoemd naar de patroonheilige
van de parochie, gewijd door de pastoor-deken Annocqué van Nevele. De peter van
de klok was burgemeester Eugène de Kerchove de Denterghem en de meter was
juffrouw Marie Stevens.
De
kerk werd op 5 maart 1836 gewijd door pastoor Bettens zelf, met machtiging van
de Gentse bisschop Mgr. Van de Velde. Pastoor Bettens wijdde ook het nieuwe
kerkhof rond de kerk op 6 juli 1836.
Op
29 april 1839 werd de kerk geconsacreerd door de bisschop van Gent,
Mgr. Delebecque.
Er
zijn drie altaren. Het zijaltaar aan de noordkant is toegewijd aan O.L.Vrouw
(van de Rozenkrans), het zijaltaar aan de zuidkant was toegewijd aan het H.
Kruis. Naderhand werd het ook gewijd aan de Job-devotie. Ter ere van de
oud-testamentische Man Job bestond er een
jaarlijkse ommegang, waarbij de zes muurkapelletjes rond de kerk ons herinneren
aan bepaalde episodes uit zijn leven.
In
1878 werd de kerk verlengd met een zesde travee. Boven het westportaal werd een
nieuwe toren gebouwd en in het koor werden twee vensters aangebracht.
De
huidige toren werd opgericht na de tweede wereldoorlog.
Bezienswaardige
schilderijen in de kerk:
2-
"H. Maagd met Kind"
, 17e eeuw.
3-
"Jezus en de Samaritaanse"
door Felix Heyndrickx, 1823.
4 "Piëta",
18e eeuw.
